Zo'n tien jaar geleden beschreef een vriendin een camp figuur op het perron van station Zaandam als "Anita". Hoe ze wist dat de dame in kwestie Anita heette begreep niet. Ik was 18 en duidelijk nog niet streetwise. Gelukkig maakte de vriendin me deelgenoot van haar kennis van Sjonnie en Anita. Wat een feest! Inmiddels heb ik allerlei levendige voorstellingen bij deze twee klinkende namen en de stereotiepjes worden ook in de media flink uitgebuit, maar destijds ging er een wereld voor me open. Trainingspakken waren ook toen alláng niet meer in de mode, té geblondeerd haar ook niet, en nepleer en plamuurverf op je gezicht zijn nooit mooi geweest. Het lijntje rond je te lichtroze lippenstift ook niet trouwens.
Tot mijn grote verbazing ontmoette ik negen maanden geleden een échte Anita. Ik bedoel, ze héét niet alleen Anita, maar ze ís er ook een. Anita is rij-instructrice (vandaar dat ik haar op het spoor kwam), woont in Amsterdam en heeft twee honden met de perfecte ordinaire hondennamen. Anita heeft geverfd haar (iedere week een andere kleur, maar mooi is het nooit), een dikke laag plamuur op haar gezicht waarvan je je altijd afvraagt wie dat nou eigenlijk wél sexy vindt en te hoge hakken aan. Ook in de auto. Als Anita uitademt ruikt het naar peukies.
"Marjolijn, moppie, kom je met me mee?" klinkt het steevast op de vrijdag- en zaterdagochtenden in de wachtruimte van het lesbedrijf. Als we instappen in de auto staat de motor al lekker te pruttelen en is het een ware sauna binnen. Dat we aan "het nieuwe rijden" werken door op tijd op te schakelen om brandstof te besparen doet Anita efficient teniet door de auto vooraf een kwartiertje stationair te laten draaien "om lekker op te warmen". Zelf heeft ze van het tropische klimaat in de auto overigens geen last - ze blijft de volledige les lekker in haar nepbontje naast me zitten.
Dat Anita rij-instructrice is geworden met haar voorliefde voor hoge hakken vind ik op zich al een klein wonder. Maar: tijdens les één krijg ik al haar gouden tip. Rijden met torenhoge hakken is een fluitje van een cent als je maar níet je hak op de grond zet tijdens het bedienen van de koppeling. Daar krijg je volgens haar alleen maar vervelende lichamelijke klachten van (waar ik overigens nog nóóit iemand over heb horen klagen). Dat ik de grootst mogelijke moeite heb om vanuit een zwevende beenpositie de koppeling gedoseerd omhoog te laten komen, snapt Anita niet. Ik besluit voortaan op platte comfortabele schoenen naar de lessen te komen en lekker mijn hak op de grond te zetten tijdens de hellingproef.
Anita is niet vies van een ongezouten mening. Ze is wel vies van de krant lezen en verder kijken dan je neus lang is. Ze denkt graag in stereotiepen: het geloof is slecht, in Amsterdam is iedere voorbijganger een boef en het buitenland is eng. Dat "buitenlanders" ook eng zijn spreekt dan natuurlijk voor zich. Als ik soms de discussie met haar aanga en haar vertel over de mooie kanten van meertaligheid, mijn passie voor reizen of mijn visie op religie, kijkt Anita me niet-begrijpend aan. "Ja liefie" zegt ze dan, "dat kun je allemaal wel vinden maar over twintig jaar denk je er ook wel anders over. Dan praten we allemaal Marokkaans en is er van Nederland weinig over". De rest van de rijlessen - het zijn er nog véél - hebben Anita en ik het over koetjes en kalfjes.
Na een heleboel lessen mag ik eindelijk examen doen. Anita wacht me 's ochtends op in haar op tropische temperatuur komende Toyotaatje en boezemt me op haar manier nog wat vertrouwen in: "ik heb over je examen gedroomd schatje... Het verbaasde me wel, maar je was tóch geslaagd". Haar dromen blijken bedrog, en direct na het zakken voor mijn examen "nou moppie, dat kostte je even mooi een hoop centjes" schuift Anita me een nieuw contract onder mijn neus - voor nóg meer centjes. Ik besluit dat Anita's weg en die van mij hier scheiden. Of eigenlijk, dat we nooit op dezelfde weg beland zijn, maar dat het toch wel verrekte geestig was om van zo dichtbij een inkijkje te krijgen in het leven van een échte Anita!
Tot mijn grote verbazing ontmoette ik negen maanden geleden een échte Anita. Ik bedoel, ze héét niet alleen Anita, maar ze ís er ook een. Anita is rij-instructrice (vandaar dat ik haar op het spoor kwam), woont in Amsterdam en heeft twee honden met de perfecte ordinaire hondennamen. Anita heeft geverfd haar (iedere week een andere kleur, maar mooi is het nooit), een dikke laag plamuur op haar gezicht waarvan je je altijd afvraagt wie dat nou eigenlijk wél sexy vindt en te hoge hakken aan. Ook in de auto. Als Anita uitademt ruikt het naar peukies.
"Marjolijn, moppie, kom je met me mee?" klinkt het steevast op de vrijdag- en zaterdagochtenden in de wachtruimte van het lesbedrijf. Als we instappen in de auto staat de motor al lekker te pruttelen en is het een ware sauna binnen. Dat we aan "het nieuwe rijden" werken door op tijd op te schakelen om brandstof te besparen doet Anita efficient teniet door de auto vooraf een kwartiertje stationair te laten draaien "om lekker op te warmen". Zelf heeft ze van het tropische klimaat in de auto overigens geen last - ze blijft de volledige les lekker in haar nepbontje naast me zitten.
Dat Anita rij-instructrice is geworden met haar voorliefde voor hoge hakken vind ik op zich al een klein wonder. Maar: tijdens les één krijg ik al haar gouden tip. Rijden met torenhoge hakken is een fluitje van een cent als je maar níet je hak op de grond zet tijdens het bedienen van de koppeling. Daar krijg je volgens haar alleen maar vervelende lichamelijke klachten van (waar ik overigens nog nóóit iemand over heb horen klagen). Dat ik de grootst mogelijke moeite heb om vanuit een zwevende beenpositie de koppeling gedoseerd omhoog te laten komen, snapt Anita niet. Ik besluit voortaan op platte comfortabele schoenen naar de lessen te komen en lekker mijn hak op de grond te zetten tijdens de hellingproef.
Anita is niet vies van een ongezouten mening. Ze is wel vies van de krant lezen en verder kijken dan je neus lang is. Ze denkt graag in stereotiepen: het geloof is slecht, in Amsterdam is iedere voorbijganger een boef en het buitenland is eng. Dat "buitenlanders" ook eng zijn spreekt dan natuurlijk voor zich. Als ik soms de discussie met haar aanga en haar vertel over de mooie kanten van meertaligheid, mijn passie voor reizen of mijn visie op religie, kijkt Anita me niet-begrijpend aan. "Ja liefie" zegt ze dan, "dat kun je allemaal wel vinden maar over twintig jaar denk je er ook wel anders over. Dan praten we allemaal Marokkaans en is er van Nederland weinig over". De rest van de rijlessen - het zijn er nog véél - hebben Anita en ik het over koetjes en kalfjes.
Na een heleboel lessen mag ik eindelijk examen doen. Anita wacht me 's ochtends op in haar op tropische temperatuur komende Toyotaatje en boezemt me op haar manier nog wat vertrouwen in: "ik heb over je examen gedroomd schatje... Het verbaasde me wel, maar je was tóch geslaagd". Haar dromen blijken bedrog, en direct na het zakken voor mijn examen "nou moppie, dat kostte je even mooi een hoop centjes" schuift Anita me een nieuw contract onder mijn neus - voor nóg meer centjes. Ik besluit dat Anita's weg en die van mij hier scheiden. Of eigenlijk, dat we nooit op dezelfde weg beland zijn, maar dat het toch wel verrekte geestig was om van zo dichtbij een inkijkje te krijgen in het leven van een échte Anita!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten