maandag 20 mei 2013

Klasse op z'n Amsterdams

Zo'n tien jaar geleden beschreef een vriendin een camp figuur op het perron van station Zaandam als "Anita". Hoe ze wist dat de dame in kwestie Anita heette begreep niet. Ik was 18 en duidelijk nog niet streetwise. Gelukkig maakte de vriendin me deelgenoot van haar kennis van Sjonnie en Anita. Wat een feest! Inmiddels heb ik allerlei levendige voorstellingen bij deze twee klinkende namen en de stereotiepjes worden ook in de media flink uitgebuit, maar destijds ging er een wereld voor me open. Trainingspakken waren ook toen alláng niet meer in de mode, té geblondeerd haar ook niet, en nepleer en plamuurverf op je gezicht zijn nooit mooi geweest. Het lijntje rond je te lichtroze lippenstift ook niet trouwens.

Tot mijn grote verbazing ontmoette ik negen maanden geleden een échte Anita. Ik bedoel, ze héét niet alleen Anita, maar ze ís er ook een. Anita is rij-instructrice (vandaar dat ik haar op het spoor kwam), woont in Amsterdam en heeft twee honden met de perfecte ordinaire hondennamen. Anita heeft geverfd haar (iedere week een andere kleur, maar mooi is het nooit), een dikke laag plamuur op haar gezicht waarvan je je altijd afvraagt wie dat nou eigenlijk wél sexy vindt en te hoge hakken aan. Ook in de auto. Als Anita uitademt ruikt het naar peukies.

"Marjolijn, moppie, kom je met me mee?" klinkt het steevast op de vrijdag- en zaterdagochtenden in de wachtruimte van het lesbedrijf. Als we instappen in de auto staat de motor al lekker te pruttelen en is het een ware sauna binnen. Dat we aan "het nieuwe rijden" werken door op tijd op te schakelen om brandstof te besparen doet Anita efficient teniet door de auto vooraf een kwartiertje stationair te laten draaien "om lekker op te warmen". Zelf heeft ze van het tropische klimaat in de auto overigens geen last - ze blijft de volledige les lekker in haar nepbontje naast me zitten.

Dat Anita rij-instructrice is geworden met haar voorliefde voor hoge hakken vind ik op zich al een klein wonder. Maar: tijdens les één krijg ik al haar gouden tip. Rijden met torenhoge hakken is een fluitje van een cent als je maar níet je hak op de grond zet tijdens het bedienen van de koppeling. Daar krijg je volgens haar alleen maar vervelende lichamelijke klachten van (waar ik overigens nog nóóit iemand over heb horen klagen). Dat ik de grootst mogelijke moeite heb om vanuit een zwevende beenpositie de koppeling gedoseerd omhoog te laten komen, snapt Anita niet. Ik besluit voortaan op platte comfortabele schoenen naar de lessen te komen en lekker mijn hak op de grond te zetten tijdens de hellingproef.

Anita is niet vies van een ongezouten mening. Ze is wel vies van de krant lezen en verder kijken dan je neus lang is. Ze denkt graag in stereotiepen: het geloof is slecht, in Amsterdam is iedere voorbijganger een boef en het buitenland is eng. Dat "buitenlanders" ook eng zijn spreekt dan natuurlijk voor zich. Als ik soms de discussie met haar aanga en haar vertel over de mooie kanten van meertaligheid, mijn passie voor reizen of mijn visie op religie, kijkt Anita me niet-begrijpend aan. "Ja liefie" zegt ze dan, "dat kun je allemaal wel vinden maar over twintig jaar denk je er ook wel anders over. Dan praten we allemaal Marokkaans en is er van Nederland weinig over". De rest van de rijlessen - het zijn er nog véél - hebben Anita en ik het over koetjes en kalfjes.

Na een heleboel lessen mag ik eindelijk examen doen. Anita wacht me 's ochtends op in haar op tropische temperatuur komende Toyotaatje en boezemt me op haar manier nog wat vertrouwen in: "ik heb over je examen gedroomd schatje... Het verbaasde me wel, maar je was tóch geslaagd". Haar dromen blijken bedrog, en direct na het zakken voor mijn examen "nou moppie, dat kostte je even mooi een hoop centjes" schuift Anita me een nieuw contract onder mijn neus - voor nóg meer centjes. Ik besluit dat Anita's weg en die van mij hier scheiden. Of eigenlijk, dat we nooit op dezelfde weg beland zijn, maar dat het toch wel verrekte geestig was om van zo dichtbij een inkijkje te krijgen in het leven van een échte Anita!

maandag 13 mei 2013

De zonnebloemoma

Als je jong bent, lijkt het je fantastisch om ouder te worden. Als je ouder bent, lijkt het je fantastisch om jonger te zijn. Aan dit cliché komt 3 jaar geleden abrupt een einde als ik "mijn" zonnebloemoma leer kennen. Het zonnebloemomaatje is een inmiddels 93-jarige dame uit het bruisende Buitenveldert die slecht ziet en hoort en, jawel, oud is. Zodoende komt ze in aanmerking voor een "bezoekvrijwilligster" van de Zonnebloem. Ondergetekende dus.

Op een mooie lentemorgen stap ik haar luxueuze appartementencomplex binnen - Zonnebloemoma is een dame op stand - en maak ik kennis met een hippe 90-jarige dame met een flitsende zonnebril met gekleurde glazen. En... wég is mijn "ideaalbeeld" van een zielige, eenzame dame die van de wereld is afgesloten door haar lichamelijke ongemakken en die zich ongetwijfeld gewillig zou laten vertroetelen door mijn goede bedoelingen. De levendige 90-jarige tegenover mij vertelt honderduit over haar reis die ze kort daarvoor in haar eentje naar Zuid-Frankrijk gemaakt heeft. Ik vraag me af waarvoor ze eigenlijk een bezoekvrijwilligster aangevraagd heeft. Maar al snel wordt duidelijk dat de zonnebloemoma zeer slecht ziet, en op de vrijdagochtenden goed een mobiel paar ogen kan gebruiken om de krant of de door haar zeer gewaardeerde Elegance te lezen.

Al snel worden de zonnebloemoma en ik een goed team. Elke vrijdag om half 10 bel ik bij haar aan, waarbij ze me steevast niet verstaat door de intercom, en aan de camera die haar tot hulp zou moeten zijn heeft ze ook weinig steun. "Wie is daar?" vraagt ze dan, waarna ze direct de deur open laat gaan. Ik vraag me al drie jaar af wat er gebeurt als er op vrijdagmorgen half 10 een persoon met minder goede bedoelingen aanbelt. Ik duw de gedachte ook snel weer weg, evenals de gedachte dat ze de deur ook wel eens níet meer open zal kunnen doen, ze is inmiddels toch ver voorbij de 90 jaar... Nee, niet aan denken, en genieten van de momenten dat we de vrijdagmorgen met elkaar delen.

En genieten doe ik van deze zonnebloemoma. Onder het mom van "we lezen samen de krant" bespreken we iedere week de nieuwtjes (klein- en achterkleinkinderen zijn haar favoriete onderwerp), haar gezondheid (bij mij iets minder favoriet), de politiek, literatuur en... Mode. Het zonnebloemomaatje kan me ongevraagd maar op heel hilarische wijze als een ware fashionista van stylingadvies voorzien: "laat me eens zien, wat draag je vandaag eigenlijk? Heb je nou gríjs aan? Maar weet je dan niet dat felle kleuren dit voorjaar in de mode zijn? Grauwe kleuren zijn hélemaal uit". Goed... Mij is zojuist de modeles gelezen door een 90-jarige. Ik kan een glimlach niet onderdrukken om zoveel pit en gevoel voor tijdsgeest op haar hoge leeftijd.

Soms staat ze op om me een demonstratie te geven van haar nieuwste golftechnieken. Ze kan alleen nog golfen met een fluorescerende bal en iemand die haar vertelt waar de bal ligt, maar dat mag haar golfpret niet drukken. Ze staat middenin de kamer met een denkbeeldige club in haar handen en geeft me tips alsof zíj de kwieke twintiger is die een bejaarde van in de 90 uit haar luie stoel probeert te krijgen. "Je pakt de club dus zo, nee zó zeg ik toch! En dan beweeg je soepel mee, nee, je moet méér indraaien". Ik doe alsof ik het licht in golfland heb gezien waarna ze tevreden in haar stoel gaat zitten. "Je mag wel een keer met me meelopen naar de club hoor", belooft ze me.

De grootste hilariteit brengt ze me met haar dansdemonstratie op de deurmat. Het afscheid nemen na de 1,5 uur "krant lezen" is inmiddels ook al drie jaar haar favoriete moment om de meest ingewikkelde belevenissen uit de doeken te doen, zo vlak voor het weggaan. Ze vertelt me dat ze op een feestje is geweest waar de "jongeren" hun dansstijl aan haar hebben gedemonstreerd. "Nou" vertelt ze me al swingend, "je moet dus met je heupen bewegen, ja zo dus, en toen stond ik zo te dansen, heerlijk toch? Hoe heet nou eigenlijk die moderne muziek van jullie ook alweer?"

De rest van het weekend kan ik een brede glimlach niet meer onderdrukken, het beeld van het swingende omaatje blijft op mijn netvlies en het plezier dat ze aan haar dagelijkse - in mijn en menig ogen "oude" - leven beleeft is inspirerend. En ineens lijkt het me óók fantastisch om oud te zijn.





Zwarte bladzijde, gouden randjes

    
Rutger schrikt wakker. Sollicitatiedag! Hij weet het meteen weer. Hij stapt uit bed en zet de douche aan. Ondertussen herhaalt hij in zijn hoofd alle stappen die hij zo nog van zichzelf moet doorlopen: aankleden, verwarming uitzetten, ontbijten, controleren of de verwarming uitstaat, tas pakken, nog één keer de verwarming controleren en op de fiets stappen. Alhoewel... Bij de gedachte aan fietsen slaat zijn hart even over. Fietsen, dat heeft 7 letters. Verrek. Een woord met een oneven aantal letters, dat gaat niet vandaag! Hij zal dus te voet naar het sollicitatiegesprek -  19 letters, dat belooft weinig goeds! – moeten gaan. Rutger is blij dat hij ruim van tevoren is opgestaan. Deze vertraging kan hij makkelijk hebben.

 

Onderweg bedenkt hij hoe het gesprek zal verlopen, ondanks dat zijn loopbaanconsulente dit al talloze keren met hem heeft doorgesproken. Ze kent hem immers langer dan vandaag: Rutger is een meester in het vooruitdenken in rampscenario’s, die hij minutieus uitwerkt tot nóg grotere rampscenario’s. In zijn hoofd welteverstaan. Zo ook nu. Bij elke stap die hij richting de afgesproken locatie zet, bedenkt Rutger wat er mis kan gaan. Wat als ze hem koffie aanbieden en hij het melkkannetje niet ziet staan? Moet hij er dan om vragen? En als hij tijdens het gesprek nu ineens héél nodig naar het toilet moet? Dat durft hij natuurlijk nooit te zeggen. Nog net voor er zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd beginnen te parelen door zijn zorgen wordt hij opgeschrikt uit zijn gedachten. Daar is Marian, zijn consulente van het UWV. “Goeiemorgen Rutger, je ziet er gespannen uit. Zullen we samen naar binnen gaan en er iets moois van maken?” Rutger is zijn leven lang al jaloers op mensen die vertrouwen hebben, in zichzelf, in de wereld, érgens in. Had hij dat maar, voor hem is het leven één grote ongrijpbare chaos die hij met zijn gedachten probeert te structureren.

 

Nog geen vijf minuten later zit hij met Marian en zijn eventuele nieuwe werkgever (9 letters) om een ronde tafel, de koffie wordt gelukkig gebracht op een dienblaadje met suikerstaafjes én melkcupjes. Daar  komt hij dan weer goed mee weg. Ondertussen is een spervuur van vragen op hem losgebarsten,  van “is je therapie al afgerond” tot “hoeveel uur denk je aan te kunnen?” Hij kijkt zijn gesprekspartner glazig aan - al tellend was hij diep in gedachten verzonken - en zegt dat hij 10, of 16 of 20 uur, wat ze willen, kan komen werken. Hij wordt niet-begrepend aangekeken. “Hoe sta je zelf eigenlijk tegenover deze arbeidsovereenkomst, Rutger?” Arbeidsovereenkomst – 19 letters – denkt hij, “tsja, positief wel?” Dan wordt hem ineens de hand geschud en voor hij het weer staat hij weer buiten. Ook Marian neemt afscheid en zegt dat ze hem belt als ze iets hoort. Rutger kijkt nog even om zich heen en loopt dan teneergeslagen de straat uit. Tot hij bedenkt: ik heb gesolliciteerd bij een boekwinkel! Dat zijn 10 letters! En dan, heel, héél eventjes, kijkt hij het leven met vertrouwen tegemoet.