maandag 13 mei 2013

Zwarte bladzijde, gouden randjes

    
Rutger schrikt wakker. Sollicitatiedag! Hij weet het meteen weer. Hij stapt uit bed en zet de douche aan. Ondertussen herhaalt hij in zijn hoofd alle stappen die hij zo nog van zichzelf moet doorlopen: aankleden, verwarming uitzetten, ontbijten, controleren of de verwarming uitstaat, tas pakken, nog één keer de verwarming controleren en op de fiets stappen. Alhoewel... Bij de gedachte aan fietsen slaat zijn hart even over. Fietsen, dat heeft 7 letters. Verrek. Een woord met een oneven aantal letters, dat gaat niet vandaag! Hij zal dus te voet naar het sollicitatiegesprek -  19 letters, dat belooft weinig goeds! – moeten gaan. Rutger is blij dat hij ruim van tevoren is opgestaan. Deze vertraging kan hij makkelijk hebben.

 

Onderweg bedenkt hij hoe het gesprek zal verlopen, ondanks dat zijn loopbaanconsulente dit al talloze keren met hem heeft doorgesproken. Ze kent hem immers langer dan vandaag: Rutger is een meester in het vooruitdenken in rampscenario’s, die hij minutieus uitwerkt tot nóg grotere rampscenario’s. In zijn hoofd welteverstaan. Zo ook nu. Bij elke stap die hij richting de afgesproken locatie zet, bedenkt Rutger wat er mis kan gaan. Wat als ze hem koffie aanbieden en hij het melkkannetje niet ziet staan? Moet hij er dan om vragen? En als hij tijdens het gesprek nu ineens héél nodig naar het toilet moet? Dat durft hij natuurlijk nooit te zeggen. Nog net voor er zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd beginnen te parelen door zijn zorgen wordt hij opgeschrikt uit zijn gedachten. Daar is Marian, zijn consulente van het UWV. “Goeiemorgen Rutger, je ziet er gespannen uit. Zullen we samen naar binnen gaan en er iets moois van maken?” Rutger is zijn leven lang al jaloers op mensen die vertrouwen hebben, in zichzelf, in de wereld, érgens in. Had hij dat maar, voor hem is het leven één grote ongrijpbare chaos die hij met zijn gedachten probeert te structureren.

 

Nog geen vijf minuten later zit hij met Marian en zijn eventuele nieuwe werkgever (9 letters) om een ronde tafel, de koffie wordt gelukkig gebracht op een dienblaadje met suikerstaafjes én melkcupjes. Daar  komt hij dan weer goed mee weg. Ondertussen is een spervuur van vragen op hem losgebarsten,  van “is je therapie al afgerond” tot “hoeveel uur denk je aan te kunnen?” Hij kijkt zijn gesprekspartner glazig aan - al tellend was hij diep in gedachten verzonken - en zegt dat hij 10, of 16 of 20 uur, wat ze willen, kan komen werken. Hij wordt niet-begrepend aangekeken. “Hoe sta je zelf eigenlijk tegenover deze arbeidsovereenkomst, Rutger?” Arbeidsovereenkomst – 19 letters – denkt hij, “tsja, positief wel?” Dan wordt hem ineens de hand geschud en voor hij het weer staat hij weer buiten. Ook Marian neemt afscheid en zegt dat ze hem belt als ze iets hoort. Rutger kijkt nog even om zich heen en loopt dan teneergeslagen de straat uit. Tot hij bedenkt: ik heb gesolliciteerd bij een boekwinkel! Dat zijn 10 letters! En dan, heel, héél eventjes, kijkt hij het leven met vertrouwen tegemoet.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten